top of page

Minder rivaliteit tussen je stiefjes en bio-kinderen

Apr 17, 2014
4 min read
minder rivaliteit, meer connection
minder rivaliteit, meer connection

Het is weer bijna vakantie. Zie je er ook  tegen op om dagen met je stiefkinderen en eigen bio-kindjes door te brengen omdat ze blijven hakketakken, ruzie maken en jaloers op elkaar zijn?


In dit blog tips voor minder rivaliteit tussen je stiefjes en bio-kinderen.



Hulpvraag over rivaliteit


'Mijn stiefkinderen en eigen kinderen kunnen niet goed met elkaar overweg. We proberen ze zo gelijk mogelijk te behandelen.... Wat moet ik hier nu mee? En straks gaan we nog wel samen met elkaar op vakantie!'


Deze hulpvraag over rivaliteit kwam toevallig twee keer langs in mijn praktijk de afgelopen tijd. Waar komt die rivaliteit in je stiefgezin nu vandaan?


En misschien belangrijker: wat kun je er aan doen als ouder en stiefouder? Want geloof me, er is wat aan te doen.


Met nieuwe inzichten en praktische tips kun je relaxt de vakantie in en de beste stief/moeder uit jezelf halen!


Eerst wat feiten


Volgens Marcel Rufo, kinderpsychiater uit Maryland, VS, is er na zes jaar geen verschil meer tussen wat bio-stief-half broers of zussen voor elkaar voelen. 


Zijn onderzoek wijst:

  • Hoe langer de kinderen met elkaar omgaan en aan elkaar wennen, hoe beter het gaat

  • Hoe dichter bij elkaar in leeftijd hoe beter het gaat

  • Hoe jonger de kinderen zijn, hoe beter het gaat


In vijf stappen minder rivaliteit!


Waar ligt het nu aan en wat kun je doen?


1)     Gezin in duigen


Een stiefgezin is gebouwd op de scherven van een oud gezin. Het gevoel van verlies kan jaloezie opwekken, zoals: ‘jij woont wel altijd bij je papa, waarom kan ik dat niet?’


Mijn vraag aan joui: Geef je genoeg ruimte om gevoelens en gedachten over de scheiding te ventileren?


Want het zou zomaar kunnen zijn dat je (stief)kind weer even een moment van rouw ervaart en daarom ongewenst gedrag vertoont en zijn stiefbroertje een klap wil verkopen.


DOEN:

  • Stel open vragen en luister oprecht

  • Zonder adviezen te geven

  • En als je kind aangeeft dat het er nu niet over wil praten, probeer het dan een andere keer.


2)     Gelijke behandeling


Kinderen voortrekken is geen goed idee, daar zijn we het vast over eens. Maar gevoelens zijn wat ze zijn, die heb je of heb je niet.


Het is ook niet erg om meer voor je bio-kind te voelen. Je stiefkind heeft dat waarschijnlijk ook met z’n bio-ouders.


Accepteer dat het anders is. Als die lading weg is, schep je meteen ruimte voor gelijkwaardigheid in je gezin.


DOEN:

  • Leg uit dat ieder kind van nature van hun biologische ouder houdt, maar dat je na verloop van tijd óók van je stiefouder of -kind kan gaan houden.

  • Maar dat dit niet moet.

  • Leg ook gewoon uit dat je stiefzoon vandaag meer aandacht krijgt omdat hij daar behoefte aan heeft en dat de anderen daarna weer aan de beurt zijn. 

  • Duidelijkheid schept rust.


3)     Hunkering naar aandacht


Je kind heeft jou al lang niet gezien (of je stiefkind zijn vader).


Ze heeft daarom sterke behoefte aan AANDACHT nu, en die wil ze niet delen met haar broertje en al helemaal niet met de stiefzus die misschien wel permanent bij jullie woont. Als je niet genoeg aandacht krijgt, dan kun je er om gaan strijden.


DOEN:

  • Ruim heel bewust tijd in voor aandacht. Vooral bio-kinderen hebben behoefte aan tijd alleen met hun bio-ouder.

  • Hoe lastiger het gedrag, hoe groter de behoefte aan aandacht!

  • Een kwartier volledige aandacht per kind kan al wonderen doen (wel even je smartphone opbergen).

  • Of een middagje alleen met een kind naar de film, stad of voetballen is ook een goed idee.


4)     Wisselen

De oudste wordt opeens een middelste. De jongste is niet meer de jongste. Dat geeft een heleboel verwarring.


Vooral rond de overdracht, ‘het wisselen’ zoals wij dat thuis noemen, kan dit fenomeen sterk spelen. Let er maar eens op of je kids opeens gaan bokken, mopperen, dwars doen, of zich juist helemaal terug trekken. Dit is simpelweg een boodschap, een teken dat ze er moeite mee hebben. Daar dien je wat mee te doen!


DOEN:

  • Negeer ongewenst gedrag en maak écht contact met het kind of stiefkind vanuit een milde, vriendelijke houding.

  • Benadruk het positieve.

  • Maak plek voor emoties: 'Ik kan me goed voorstellen dat het lastig voor je is'.

  • Stel ook grenzen: 'Maar we slaan of schoppen of schelden hier in huis niet'.



5)     Jaloezie en rivaliteit


Als kinderen niet helemaal lekker in hun vel zitten, gaan ze zich vergelijken met elkaar.


Of kids kunnen jaloers worden op stief- of halfbroertjes en zusjes die wél drie keer per jaar op vakantie gaan en merkkleding dragen.


Jaloezie en rivaliteit gaan vaak hand in hand. En jaloezie heeft vaak weer te maken met een gevoel van minderwaardigheid.


DOEN:

  • Stimuleer eigenwaarde

  • Benoem het unieke in je kinderen

  • Nogmaals: Je kids hebben exclusieve aandacht nodig.  Begrip, waardering en tijd zijn belangrijker dan spullen!



Meer lezen? ´Halve broers en boze stiefzussen´ artikel van Tina De Gendt www.psychologies.be


Of misschien is dit artikel ook aardig om te lezen:


Annette van der Maarel is coach en counsellor sinds 2012.

Hulp nodig? Bestel mijn gratis mini-cursus 'Stap uit de stiefstress'.




Comments


© 2026 Annette van der Maarel, FLL-Works. KvK nr: 56304838

  • Facebook
  • Twitter
  • Instagram
  • LinkedIn
bottom of page